Straatverhalen

Deze verhalen van straathoekwerkers verschenen oorspronkelijk op een blog gehost door kennisplein.be, een virtueel platform voor kennisdeling, ontmoeting en verbinding voor en van iedereen die mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie ondersteunt. De verhalen dateren van vorig jaar, straathoekwerk maakt intussen ook in Antwerpen geen deel meer uit van het hulpverleningsaanbod.

download

Tijdens het lezen viel me steeds opnieuw de parallel met de ArmenTeKort buddy’s op. Ik las over de kracht van aanwezigheid, van mensen aanvaarden en laten zijn wie ze zijn, van niet loslaten. Ik las ook over de strijd tussen helpen of niet helpen, en de frustratie van niet kùnnen helpen. En ik las over menselijke warmte, verbinding, en wederzijdse herkenning.

Benieuwd wat deze verhalen bij jullie losmaken. Ook dat laat ik verder zijn wat het is…

  • Ik leerde haar kennen op straat

    Ik leer haar kennen op straat. Ik zat vaak op de bank waar ze passeerde. Na een tijdje krijgen we elkaar in de gaten. We knikken voorzichtig naar elkaar. Het eerste wat ze me vroeg, was of ik coke verkocht. Er was op dat moment goede coke te verkrijgen, had ze via via gehoord. Ik was toen nieuw op straat. Ze dacht dat het misschien wel van mij kon komen. We zijn aan de babbel geraakt. De periode nadien kwam ik haar regelmatig tegen. Ik vertelde wie ik was. Haar reactie was dat ik weeral zo ene was die dacht hoe zij haar leven zou moeten organiseren en vooral haar zou zeggen wat ze toch wel allemaal niet mocht doen. Ze was 18 jaar en reeds hulpverleningsmoe. Ze had ze allemaal al zien passeren en vooral zeer snel terug zien vertrekken. De enige die het wat langer had volgehouden was de politie. Die waren na al die jaren nog steeds geïnteresseerd in haar doen en laten.

    Ik ken haar ondertussen bijna tien jaar. We hebben bijna alles gehad: opvangcentra, crisiscentra, ambulante hulpverlening, doorgangswoning, leefloon, geschrapt worden van het leefloon, stempelgeld, geschrapt worden van stempelgeld, opleiding volgen, mama worden, kind geplaatst zien worden, zeer wisselende relaties,…

    Al de stappen die ze gezet heeft, zette ze omdat ze er “zelf” naar vroeg. Ze zette die op de momenten dat de maatschappelijk assistent van het OCMW vervelende vragen begon te stellen. Of op het moment dat het dossier van haar kind voor de jeugdrechtbank moest komen.

    Maar de keren dat ze zich rot voelde en zich schaamde dat ze niet voor haar eigen kind kon zorgen, was er niemand. De keren dat ze aan een antwoordapparaat haar verhaal heeft gedaan, werden nergens geregistreerd.

    We zijn ondertussen tien jaar later. Ik heb uren met haar doorgebracht op café. We spraken over koetjes en kalfjes, over hoe leuk het weekend was geweest. In geuren en kleuren vertelde ze me hoe ze hulpverleners weeral om haar vinger had kunnen draaien. De keren dat ik op mezelf heb gevloekt omdat ze me weeral heeft laten staan, zijn niet meer te tellen. Elk jaar stond ze er op dat we samen naar de kermis gingen. We speelden een paar spelletjes in het lunapark en keken weer uit naar het volgende jaar. Met de verjaardag van haar kind, belde ze me steeds op om samen een wafel te gaan eten. Want aan iemand anders kon ze het niet vragen. Ze wilde toch zo graag haar kind het gevoel geven dat ook hij belangrijk is en daar hoorde een verjaardagsfeestje bij . Op die momenten werd er niet over problemen gesproken. We hadden het over de dagelijkse dingen. Als ze aan het vertellen was en ze merkte bij zichzelf dat ze zich weeral in een hachelijke situatie had gebracht, keek ze me aan en zei ze: “Ja, ik weet het wel.”

    Ik was er gewoon voor haar, zonder haar telkens te confronteren met haar problemen. Want die kent ze beter dan wie ook en ze wist perfect welke weg ze moest inslaan om met haar problemen aan de slag te gaan. Maar ze had tijd nodig, het lukte haar nog steeds niet. Maar ze wou het zo dolgraag. Ze wilde haar leven terug op het spoor krijgen om haar kind een toekomst te kunnen bieden. Door er te zijn heb ik haar dikwijls een spiegel kunnen voorhouden. Heeft mijn aanwezig zijn iets opgebracht? Ze werd in ieder geval op die momenten niet gereduceerd tot een handelingsplan. En ze apprecieerde dit ook. Meermaals heeft ze me gezegd dat ze zich als mens aanvaard voelde en mocht zijn wie ze op dat moment was.

    Momenteel verblijft ze negen maanden in een therapeutisch programma. Ze doet het schitterend. Is dit enkel te danken aan het present zijn? Ik denk het niet. Ook de andere inspanningen van de hulpverleners hebben hiertoe bijgedragen. Maar een straathoekwerker geeft de gast niet op. Hij blijft van kortbij of van veraf dichtbij en dat heeft zij nodig gehad om deze keuze te maken. 

  • Deuren open in de gevangenis

  • Blauw en gezwollen

  • Tja

  • Met een stoere knuffel

  • Zorgen voor Suzanne

– Eva Wuyts, kennisbeheerder ATK


Meer verhalen kan je lezen op kennisplein