fbpx

Vooroordelen in het onderwijs beperken toekomstkansen

Niet enkel de behaalde resultaten, maar ook de sociaaleconomische status en herkomst van een leerling bepaalt mee diens beoordeling door de klassenraad. Dit blijkt uit de diversiteitsbarometer Onderwijs uitgebracht door het gelijkekansencentrum Unia. Vooroordelen en stereotypen spelen nog steeds een grote rol.

classroom-1024x536

Met zijn diversiteitsbarometers brengt Unia op een wetenschappelijke manier de discriminatiegraad in de Belgische samenleving in kaart. Na de barometers rond Werk (2012) en Huisvesting (2014) werd begin dit jaar de diversiteitsbarometer Onderwijs gepubliceerd. Deze onderzoekt de huidige ongelijkheid op basis van sociaaleconomische status, herkomst, handicap en seksuele oriëntatie in het Belgische onderwijs en welke mechanismen hiertoe bijdragen. De omvangrijke studie werd uitgevoerd door KULeuven, UGent en ULB en combineert analyses van bestaande data met kwalitatieve interviews en gedragstesten bij leerkrachten en directeurs.

In de gedragstesten werd specifiek gekeken naar discriminatie bij het deliberatieproces op het einde van het schooljaar wanneer elke leerling een A-, B- of C-attest krijgt toegekend. Met een A-attest ben je geslaagd, een C-attest betekent blijven zitten, en met een B-attest heb je de keuze om af te zakken naar een lagere richting of het schooljaar in dezelfde studierichting opnieuw te doen. Leerkrachten werd gevraagd om aan fictieve profielen van leerlingen een attest en bijhorend oriëntatie-advies toe te kennen. De argumenten voor hun beslissing werden eveneens bevraagd. De fictieve profielen bevatten het eindresultaat van de leerling en beperkte achtergrondinformatie om sociaaleconomische status en herkomst weer te geven: de naam van de leerling, gedrag op school, en beroep van de ouders.

Voor één van de testen hadden alle fictieve leerlingen in het vierde middelbaar ASO een eindtotaal van 44% behaald met vier onvoldoendes voor economie (42%), Frans (35%), biologie (32%) en geschiedenis (33%). De figuur hieronder toont de algemene resultaten van de deliberatie (meest rechtste kolom) en opgesplitst voor de verschillende profielen: hoge of lage sociaaleconomische status (SES), geslacht (M/F) en Belgische of vreemde herkomst (BH of VH). We zien dat het slechte resultaat van de leerling in deze profielen in bijna alle gevallen tot een B- of C-attest leidt. Er zijn echter duidelijke verschillen naar herkomst en SES. Een leerling van Belgische herkomst krijgt 10-15% vaker een B-attest dan een leerling met hetzelfde profiel maar van vreemde herkomst (vergelijk hiervoor kolommen 1 en 2, 3 en 4 of 5 en 6). Voor sociaaleconomische status zien we een vergelijkbaar resultaat: een lage SES geeft 10-15% meer kans op een B-attest dan hetzelfde profiel met een hoge SES (vergelijk hiervoor kolom 1 en 5 of kolom 2 en 6).

figuur

Figuur overgenomen uit de diversiteitsbarometer (figuur 14, p 157)

Verder volgde uit het onderzoek dat leerlingen van Belgische herkomst en hogere SES die toch een B-attest kregen toegewezen veel minder snel het oriëntatie-advies kregen om af te zakken naar een andere richting of school, maar net om hun jaar opnieuw te doen. Het B-attest wordt bij deze leerlingen gezien als een éénmalig “accident de parcours” en de leerling wordt aangemaand om verder te gaan in zijn of haar huidige studierichting ter voorbereiding op het hoger onderwijs. Bij leerlingen met lagere SES of vreemde herkomst worden de resultaten gezien als aansluitend bij de capaciteiten van de leerling en wil men in de verdere schoolloopbaan niet zozeer de doorstroomkansen bewaken maar vooral het behalen van een diploma secundair onderwijs zonder grote vertraging. Deze redenering onderbouwen leerkrachten met argumenten zoals een minder gunstige thuisomgeving met vaak minder ouderlijke ondersteuning van de kinderen of een minder goede beheersing van het Nederlands, die beiden tot een enkel toenemende schoolachterstand zullen leiden.

Ten slotte stelden de onderzoekers vast dat het er in zogenaamde “blanke elitescholen” nog slechter aan toe gaat. “Om hun imago op peil te houden, verwijzen deze scholen kinderen van kansengroepen daarom sneller door of weigeren ze hen”, aldus Els Keytsman van het gelijkekansencentrum Unia.

Keytmans noemt de resultaten van het onderzoek een “wake-up call”. Elke leerling, ongeacht diens achtergrond, verdient dezelfde kansen om zichzelf al dan niet te realiseren in een bepaalde studierichting. En ze verdienen zeker dezelfde kansen en ondersteuning naar hoger onderwijs toe. Sensibilisering van leerkrachten rond onderliggende vooroordelen en stereotypering die spelen tijdens hun deliberatieproces zou hier een groot verschil kunnen uitmaken.

– Janne Vancayzeele (vrijwilliger ATK) en Eva Wuyts (kennisbeheerder ATK)

—————————————————————————————————————————

  1. https://www.unia.be/nl/publicaties-statistieken/publicaties/diversiteitsbarometer-onderwijs
  2. Kinderen met arme of vreemde ouders hebben meer kans op B- of C-attest. (De Standaard, 5 februari 2018)
  3. Arme leerlingen krijgen sneller een B- of C-attest dan rijke: Doorlichting legt kansenongelijkheid in Vlaams onderwijs bloot. (De Morgen, 5 februari 2018)
  4. Waarom kansarme leerlingen sneller een B-attest krijgen. (S. Grommen, VRT nieuws, 5 februari 2018)
Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on whatsapp
Deel op Whatsapp

Gelukkig zijn er mensen zoals u

Naar een samenleving zonder kansarmoede

Met één klik. Tussen twee mensen.

Kansrijke en kansarme stadsgenoten met elkaar verbinden. Dat is de essentie van onze werking. Ze gaan samen op stap en worden vrienden, buddy’s. Vanuit die klik ontstaan er nieuwe kansen.

Las je deze verhalen al?

Corona maatregelen
We blijven bereikbaar

Volg ons verhaal in je mailbox!